Niet Meer Dan Anders – tot 1994

1975 stelt de Beleidsgroep Stadsverwarming het Niet Meer Dan Anders (NMDA) vast, inhoudende:
Er zal een zodanig tarief voor de geleverde Warmte moeten worden gehanteerd dat het de gebruiker gemiddeld niet meer kost dan bij een gebruiker van Aardgas voor individuele centrale verwarming.
September 1981 volgt het advies van de Nationale Woningraad, voor de onderdelen:

Ondanks een verhoging van de Variabele Kosten in 1985, naar 44,4 m3 gas / per GJ, bleven de gerealiseerde Stadsverwarming locaties zwaar verlieslatend.
Daardoor was het voor het Ministerie van Economische Zaken (EZ) noodzakelijk om, medio 1990, over te gaan tot herfinanciering, ter grote van vele tientallen miljoenen, middels leningen met een looptijd van 20 jaar en tegen marktconforme rente.
Omdat het belangrijk was, voor EZ, dat er met Stadsverwarming voldoende winst gemaakt ging worden, moest er een geheel nieuw tariefmodel komen, de Marktwaarde.
Deze maakte een einde aan de verlieslatende situatie en gaf zekerheid dat de aflossingsverlichtingen, met rentevergoedingen, konden worden nagekomen.
Het verstrekken van de Leningen verklaart het feit dat er pas in 2013 een Warmtewet kon komen.
Wie als gevolg van dit alles de rekening gepresenteerd ging krijgen laat zich eenvoudig raden.